Fotografie :: cursus :: Opnamevoorkeur

De verzameling artikelen / blogposts is bedoeld om uit te groeien tot een (basis)cursus fotografie.
Deze keer staan we stil bij de opnamestanden van de camera

de standen op de camera

De moderne camera’s kunnen op vier manieren gebruikt worden.

1. De ‘groene’ stand, of ‘auto’ stand

Dit is de ‘ik-weet-niet-hoe-een-camera-werkt’-stand, maar ik wil best even een foto van je maken. Oftewel, de ‘point-and-shoot’-modus. Deze modus is bij sommige camera’s de groene-stand van het keuze knopje. In deze stand regelt het brein van de camera ALLES.

2. De ‘P’-stand
Er is ook de volledig automatische stand, waarbij de camera wel de sluitertijd en diafragma bepaalt, maar waarbij je nog wel een aantal zaken kunt aanpassen, zoals de iso-waarde, bestandsformaat, of de flitser uitgeschakeld kan worden en zo verder.

3. De ‘diafragma voorkeur’-stand

In deze half-automatische stand stel je zelf de diafragma waarde in en geef je zelf aan bij welke gevoeligheid (iso-waarde) de camera moet werken. De lichtmeter en het camerabrein bepaalt nu de sluitertijd die daar dan bij hoort om tot een goede belichting te komen.

Deze stand wordt veel gebruikt door fotografen, omdat het instellen van de diafragma-waarde invloed heeft op de scherptediepte en dus een creatieve keuze is.

Deze stand heet op de Canon en Pentax camera’s de ‘Av’-stand. Bij de overige camera’s zoals de Nikon en Sony heet het de ‘A’-stand. De ‘A’ slaat op het engelse Aperture, oftewel diafragma.

4. De ‘sluitertijd voorkeur’-stand

In deze half-automatische stand stel je zelf de sluitertijd waarde in en geef je zelf aan bij welke gevoeligheid (uso-waarde) de camera moet werken. Het camerabrein bepaalt nu de diafragma-waarde die daar dan bij hoort om tot een goede belichting te komen.

Deze stand wordt, in mijn bescheiden mening, minder vaak gebruikt. Er zijn echter situaties waarbij een bepaalde korte sluitertijd echt moet, bijvoorbeeld om het beeld te kunnen bevriezen. Als het nu minder belangrijk is welke diafragma de camera kiest dan is deze stand de juiste.

In de volgende situatie is de diafragma waarde minder belangrijk. Stel dat je fotografeert met bv groothoeklens, of dat de afstand tot het onderwerp zo groot is dat bij een diafragma waarde van f/ 2.8 de scherptediepte al voldoende groot is, dan maakt het niet veel meer uit of de camera nu een diafragma kiest met een kleinere opening (dus MEER scherptediepte). In principe is dit geval dus elke waarde prima.

Deze stand heet op de Canon en pentax camera’s de ‘Tv’-stand. Bij de overige camera’s zoals de Nikon en Sony heet het de ‘S’-stand. De ‘S’ slaat op het engelse shutterspeed, oftewel sluitertijd. De ‘Tv’ zal wel iets met Time zijn ;)

5. De ‘handmatige’-stand

last but not least, de volledige handmatige stand. Deze stand heet op alle camera’s de ‘M’-stand.

Er zijn fotografiedocenten die hun leerlingen de eerste tijd verplichten in de handmatige stand te fotograferen. Op zich is daar wel iets voor te zeggen. Je stelt nu immers de iso waarde zo laag mogelijk in. Je schat in bij welke diafragma de achtergrond doet wat jij creatief wilt doen, en je zoekt er de juiste sluitertijd bij. In de camera zit een lichtmeter ingebouwd die je kan helpen om te zien of je de juiste sluitertijd heb ingesteld voor een technisch goede belichting.
Als je vervolgens precies weet hoe belichten werkt kun je de halfautomatische standen, Av en Tv (of A en S) toevoegen. Waarom zou je de camera niet mee laten denken ;)

Ikzelf denk dat het voor beginnende fotografen ook prima werkt als zij de camera van de automatische stand afhalen en bijvoorbeeld gaan werken met de diafragma-voorkeurstand en de handmatige stand.

De themastanden, zoals portret, sport of landschap vind ik onzinnig. Maar, ik sta open voor goede argumenten.

Ga terug naar de inhoudsopgave

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *