Fotografie :: cursus : de lichtmeter

De verzameling artikelen / blogposts is bedoeld om uit te groeien tot een (basis)cursus fotografie.
Deze keer staan we stil bij de lichtmeter.

Licht kan gemeten worden
– als het op het onderwerp valt, een ‘opvallend lichtmeting’
– als het vanuit het onderwerp reflecteerd wordt.

Een opvallend lichtmeting wordt doorgaans gemeten met een losse lichtmeter, zoals de sekonic l-308s. Een dergelijke lichtmeter kan tussen de lichtbron en het onderwerp gestoken worden, en gericht worden op de lichtbron. Hierover later meer.

Een camera heeft ook een ingebouwde lichtmeter. Deze kan niet tussen lichtbron en onderwerp gestoken worden, en moet dus tevreden zijn met het meten van het reflecteerde licht van het onderwerp richting de camera.

De lichtmeter en het camerabrein bepalen of een foto goed belicht is. Deze lichtmeter wordt in de verschillende opnamevoorkeuren gebruikt. In de diafragma-voorkeuze bepaalt de camera op basis van de lichtmeter welke sluitertijd nodig is voor een technisch goed belichte foto. In de sluitertijdvoorkeuze wordt het diafragma bepaald. De lichtmeter werk ook in de M-stand, de handmatige stand. Hier laat de lichtmeter zien of de waarden die jij kiest leidt tot een technisch goedbelichte foto.

Op het scherm, of door de zoeker is een getallenbalk te zien met 0 in het midden, plus naar rechts en min aan de linkerkant.
De camera geeft met een pijltje aan wat de belichting is. Als de pijl op nul staat vind de camera dat de belichting goed is.

Tino van Dam laat dat in onderstaand korte filmpje nog even zien.

De lichtmeter kan bijgestuurd worden op twee manieren.

Elke meter kan fouten maken, zo ook de lichtmeter in de camera.
In het verhaal over belichtingscompensatie en typische valkuilen wordt toegelicht hoe dit komt en wat eraan te doen is.

Ga terug naar de inhoudsopgave

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *